Woorden uit deze uitleg¶
| Begrip | Betekenis |
|---|---|
| API | Een dienstinterface waarmee software inhoud opvraagt of gegevens verstuurt. |
| BFF | Backend for Frontend: de serverinterface waarmee een app zijn inhoud ophaalt en coördineert. |
| CITS | Een verbonden verkeersdienst die posities en waarschuwingen uitwisselt; bij Flitsmeister staat welke uitwisseling behouden blijft. |
| FCD | Een pad voor verkeersgegevensverzameling; de onderzochte Flitsmeister-uitvoering bundelt GPS, tijdstippen, snelheid en rijrichting. |
| FCM | Firebase Cloud Messaging voor het afleveren van pushmeldingen; analyse van die meldingen is een afzonderlijke functie. |
| Native | Uitgevoerd in de app of het platform, in plaats van een extern geladen webpagina. In technische onderzoeken kan dit ook gecompileerde machinecode betekenen; let op de context. |
| UDS-header | Een blijvende herkenningscode van uitgeverstracking die met een verzoek meegaat; het NU.nl-onderzoek onderscheidt die van noodzakelijke dienstheaders. |
| Analytics | Meten en analyseren van gedrag, zoals geopende schermen of afgespeelde video's. |
| Attributie | Een handeling, installatie of aankoop toeschrijven aan een campagne of herkomst. |
| Publieksmeting | Tellen of schatten wie of hoeveel mensen inhoud gebruiken; de methode kan meettags en onderzoekspanels combineren. |
| Collector / endpoint | Het serveronderdeel of adres dat verzoeken ontvangt. Een laad- of configuratieadres heeft een andere rol dan een ontvanger van gebeurtenissen. |
| Consent management platform (CMP) | Software die privacykeuzes toont, doorgeeft of vastlegt. |
| Cookie / lokale opslag | Manieren waarop webinhoud waarden bewaart. Dat kunnen herkenningscodes zijn; opslaggebruik op zichzelf bewijst geen tracking. |
| Event / gebeurtenis | Een registratie dat een handeling plaatsvond, eventueel met context en codes. |
| Geofence | Een afgebakend geografisch gebied waarmee gedrag kan worden gestart als een apparaat het gebied binnenkomt of verlaat. |
| Hash | Een berekende weergave van een waarde; herhaaldelijk dezelfde invoer kan herkenbaar blijven. |
| Identifier / ID | Een herkenningslabel voor bijvoorbeeld een account, installatie of sessie. |
| Pseudoniem | Weergegeven met een label in plaats van een direct leesbare identiteit; koppelbaarheid kan blijven bestaan. |
| SDK | Software Development Kit: herbruikbare software die een ontwikkelaar in een app opneemt. |
| Sessie | Een gebruiksperiode die volgens de regels van de app of dienst wordt gegroepeerd. |
| Telemetrie | Informatie die wordt gerapporteerd over gebruik, werking of prestaties. De precieze velden en het doel zijn bepalend. |
| WebView | Een ingebouwde browser in een Android-app; die kan naast inhoud ook externe scripts laden. |
Begin met hoe tracking werkt voor een voorbeeld dat deze begrippen verbindt. De trackerprofielen leggen diensten uit zonder aan te nemen dat hun namen al iets zeggen.